De Environmental Protection Agency (EPA) staat op het punt een belangrijke juridische basis voor de Amerikaanse klimaatregulering te ontmantelen: de ‘bedreigingsbevinding’. Deze uitspraak uit 2009 vestigde de bevoegdheid van de EPA om broeikasgassen te reguleren op grond van de Clean Air Act, en vormde sindsdien de basis voor elke klimaatgerelateerde regelgeving. De terugdraaiing, gedreven door tientallen jaren lobbyen van conservatieve groeperingen, vormt de weg vrij voor een langdurige juridische strijd die waarschijnlijk het Hooggerechtshof zal bereiken.
De inzet: juridische chaos en onzekerheid in de sector
Deze stap introduceert aanzienlijke rechtsonzekerheid in meerdere sectoren. Oliemaatschappijen die te maken krijgen met klimaatrechtszaken zijn afhankelijk van de autoriteit van de EPA om tegen staats- en lokale claims te pleiten. Autofabrikanten hebben stabiele emissienormen nodig voor de productieplanning. De terugdraaiing brengt beide in twijfel. Zoals hoogleraar milieurecht Pat Parenteau het ronduit verwoordde, lijkt de regering erop gericht om ‘alles zo veel mogelijk te verpesten’.
De vondst van gevaar: een korte geschiedenis
De bevinding dat er sprake is van gevaar kwam voort uit een uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2007 in Massachusetts v. EPA. Het Hof gaf de EPA opdracht om broeikasgassen als verontreinigende stoffen te reguleren onder de Clean Air Act. De regering-Bush verzette zich aanvankelijk tegen de erkenning van de wetenschappelijke consensus over klimaatverandering, waardoor de bevinding bijna twee jaar werd uitgesteld. De wettelijke basis bleef echter bestaan: de EPA moet verontreinigende stoffen reguleren die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het welzijn.
Georganiseerde oppositie en steun van de industrie
Bijna twintig jaar lang hebben conservatieve groepen zoals de Heritage Foundation geprobeerd deze autoriteit te ontmantelen. Ondanks de druk aarzelden zelfs de EPA-beheerders van Trump aanvankelijk, omdat ze de noodzaak van stabiliteit in de regelgeving erkenden. Veel industrieën profiteren ook van een duidelijk regelgevingskader, waardoor een “gelijk speelveld” wordt gegarandeerd.
Gebrekkige argumenten en wetenschappelijk misbruik
De voorgestelde terugdraaiing berust op zwakke argumenten, waaronder de bewering dat mondiale emissies de Amerikaanse regelgeving ineffectief maken. De EPA citeerde ook een rapport van het Department of Energy, geschreven door klimaattegenhangers, waarvan deskundigen zeggen dat het wetenschappelijke gegevens verkeerd voorstelt. Volgens een recente uitspraak van de rechtbank is het rapport illegaal samengesteld.
Onverwachte terugslag van het bedrijfsleven
Verrassend genoeg zijn sommige sectoren tegen het terugdraaien. Oliemaatschappijen vertrouwen op de autoriteit van de EPA om zich te verdedigen tegen klimaatrechtszaken, terwijl autofabrikanten bang zijn voor chaos in de regelgeving. Het American Petroleum Institute heeft zelfs verzocht om de terugdraaiing alleen van toepassing te laten zijn op de uitstoot van auto’s, waarbij de regelgeving voor energiecentrales behouden blijft. Dit suggereert dat de terugdraaiing eerder wordt gedreven door ideologie dan door economisch voordeel.
Snelle implementatie duidt op processtrategie
De ongewoon snelle tijdlijn van de EPA voor het terugdraaien duidt op een doelbewuste drang naar onmiddellijke juridische uitdaging. In tegenstelling tot de typische complexe regels die jaren in beslag nemen, werd deze stap in maanden voltooid. De regering lijkt vastbesloten het conflict te laten escaleren naar het Hooggerechtshof, met als doel het precedent Massachusetts v. EPA ongedaan te maken.
Het besluit van de EPA om de bevinding van het gevaar te ontmantelen vertegenwoordigt een agressieve aanval op de klimaatregulering, waarbij ideologische doelen voorrang krijgen boven industriële stabiliteit en wetenschappelijke consensus. Milieugroeperingen bereiden juridische uitdagingen voor en zorgen voor een langdurige strijd die het Amerikaanse klimaatbeleid de komende jaren zal hervormen.
